ECLI:NL:CRVB:2004:AO2184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WAO-dagloon op basis van volledige dienstbetrekking gelijksoortige werknemer
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van het WAO-dagloon van een geregistreerd huisarts die voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid deeltijds werkzaam was. De rechtbank had het beroep van de gedaagde gegrond verklaard en het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vernietigd, omdat het dagloon niet was vastgesteld op basis van een volledige werkweek van 40 uur.
Appellant, het Uwv, ging in hoger beroep en stelde dat het dagloon moest worden vastgesteld op basis van de feitelijke situatie voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het beroep van huisarts als gewoonlijk uitgeoefend beroep moet worden beschouwd en dat het dagloon daarom moet worden vastgesteld op basis van de verdiensten van een in volledige dienstbetrekking werkzame, gelijksoortige werknemer.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat het beroep van arts als zodanig geldt en ook het betoog dat het beroep huisarts in opleiding zou zijn. De Raad bevestigde dat de deeltijdarbeid niet bepalend is voor de dagloonvaststelling. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en het dagloon wordt vastgesteld op basis van een volledige dienstbetrekking van een gelijksoortige werknemer.