ECLI:NL:CRVB:2004:AO2509
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake herziening ontslaguitkering
Verzoeker heeft meerdere malen verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Raad van 20 september 2001, waarin het besluit van 9 oktober 1998 werd bevestigd dat zijn ontslaguitkering per 1 april 1988 verviel omdat hij toen niet als werkloos kon gelden.
De Raad heeft eerder een verzoek tot herziening afgewezen en ook een eerder verzoek om voorlopige voorziening werd op 28 juli 2003 afgewezen. Het huidige verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan op 10 november 2003 en behandeld zonder zitting.
Verzoeker stelde dat een brief uit 1995 van het arbeidsbureau Zuid-Oost Drenthe aantoont dat hij van 1988 tot 1996 als werkloos kon gelden, wat volgens hem nieuwe feiten zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat deze stelling geen nieuwe feiten of omstandigheden inhoudt zoals bedoeld in artikel 8:88 Awb Pro.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen en is er geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.