ECLI:NL:CRVB:2004:AO2889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling wegens duurzame verstoring arbeidsverhouding
Appellant was tijdelijk aangesteld als officemanager bij een lyceum en vond op zijn bureau een racistisch pamflet. Naar aanleiding hiervan voerde de rector een onderzoek uit waarbij gesprekken met administratief personeel plaatsvonden. Uit deze gesprekken bleek dat appellant collega's tegen elkaar uitspeelde en een agressieve houding aannam, wat leidde tot een duurzame verstoring van de arbeidsverhouding.
Gedaagde beëindigde de aanstelling van appellant op grond van onverenigbaarheid van karakters conform artikel F7 CAO-VO. Appellant was ten tijde van het ontslag arbeidsongeschikt, waardoor het ontslag werd opgeschort en later met terugwerkende kracht ingegaan na herstel. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag, dat gedeeltelijk werd toegewezen door gedaagde, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verslagen van gesprekken betrouwbaar zijn en dat appellant de inhoud niet heeft weersproken. De Raad wijst appellant's stelling dat hij te laat kennis kreeg van de verslagen af, omdat hij voldoende gelegenheid had zich te verweren. De verstoring van de arbeidsverhouding vormt een gewichtige omstandigheid voor tussentijdse beëindiging van de tijdelijke aanstelling. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding en proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens duurzame verstoring van de arbeidsverhouding.