ECLI:NL:CRVB:2004:AO3594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over correctienota's en boetenota's wegens onjuiste loonadministratie
Appellant exploiteert een bakkerij met zes winkels en werd geconfronteerd met correctienota's en boetenota's over de jaren 1994 tot en met 1997 vanwege onjuiste opgave van het aantal werknemers in de loonadministratie. Na een looncontrole en strafrechtelijke observaties bleek dat er werknemers waren die niet in de administratie waren verantwoord.
Appellant erkende loonbetalingen aan deels illegaal verblijvende werknemers die niet waren opgenomen in de administratie. Tijdens een gesprek op 21 december 1998 werd overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor de naheffing, waaronder het uitgaan van negen arbeidskrachten per jaar.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet (nader) was gehoord en dat zijn voormalige boekhouder verantwoordelijk was voor de fouten, waardoor geen sprake zou zijn van opzet of grove schuld. De Raad overwoog dat deze gronden reeds door de rechtbank terecht waren verworpen en onderschreef de motivering, inclusief de toepassing van artikel 15 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De Centrale Raad van Beroep zag geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde deze, waarbij ook geen toepassing werd gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep van appellant af.