ECLI:NL:CRVB:2004:AO3843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens volgen beroepsopleiding en ontbreken dringende omstandigheden
Appellante volgde sinds 1 september 1997 een opleiding tot leraar basisonderwijs en ontving studiefinanciering volgens de Wet op de studiefinanciering (WSF), die per 1 april 2000 werd omgezet in een rentedragende lening. Op 15 maart 2000 vroeg zij algemene bijstand aan, welke door de gemeente Haarlem werd afgewezen omdat zij een studie volgt en er geen zeer dringende redenen zijn voor bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de opleiding een beroepsopleiding is zoals bedoeld in de WSF en dat artikel 9, tweede lid, onder b, van de Algemene bijstandswet (Abw) geen recht op bijstand geeft aan personen die een dergelijke opleiding volgen.
Appellante voerde aan dat de WSF-geldlening geen toereikende voorziening is en dat sprake zou zijn van discriminatie, maar deze argumenten werden verworpen. De Raad oordeelde dat er geen zeer dringende redenen zijn die bijstand rechtvaardigen, aangezien een acute noodsituatie ontbreekt en appellante de mogelijkheid had om de lening te gebruiken. De afwijzing van de bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellante een beroepsopleiding volgt en er geen zeer dringende redenen zijn voor bijstand.