ECLI:NL:CRVB:2004:AO3897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving oproep en onvoldoende medewerking
Appellant werd opgeroepen voor een begeleidingstraject bij de Utrechtse Werkbedrijven, maar verscheen niet op de afspraken van 15 en 22 februari 2000. Gedaagde schortte daarop het recht op bijstand op en trok de uitkering met ingang van 15 februari 2000 in op grond van artikel 69 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet op de hoogte was van de oproep van 18 februari 2000 vanwege zijn inverzekeringstelling bij de politie. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de oproep niet tijdig had ontvangen of dat hij gedaagde niet tijdig had geïnformeerd over zijn detentie, terwijl hij daartoe verplicht was volgens artikel 65 Abw Pro.
De Raad stelde vast dat appellant zonder geldige reden niet is verschenen en onvoldoende medewerking heeft verleend aan het onderzoek. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking. Daarom bevestigde de Raad het besluit van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering met ingang van 15 februari 2000 wordt bevestigd wegens onvoldoende medewerking en niet verschijnen op oproepen.