ECLI:NL:CRVB:2004:AO5501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage in een sociaal zekerheidsrechtelijke zaak. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Opposante stelde dat administratieve tekortkomingen bij haar advocaat de vertraging veroorzaakten en dat zij hiervan niet de dupe mocht worden.
De Raad overwoog dat het griffierecht binnen vier weken na aanmaning betaald moest zijn en dat overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De Raad vond geen grond om het verzuim niet aan opposante toe te rekenen, mede gelet op vaste rechtspraak dat nalatigheden van een gemachtigde voor rekening van de cliënt komen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak van 11 juli 2003 in stand. De zaak illustreert het belang van tijdige betaling van griffierechten en de beperkte ruimte voor uitzonderingen bij administratieve fouten van gemachtigden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.