Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AO5536

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/2583 ZFW, 03/2584 ZFW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring verzet wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in socialezekerheidszaak

In deze zaak stond het verzet centraal tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 augustus 2003, waarin het hoger beroep van opposanten niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van de vereiste beroepsgronden. De advocaat van opposanten diende geen beroepsgronden binnen de gestelde termijn in, ondanks een schriftelijke aanmaning van de Raad.

Tijdens de zitting van 28 januari 2004 waren partijen niet aanwezig. De Raad overwoog dat er geen reden was om af te wijken van het eerdere oordeel, mede omdat geen verklaring was gegeven voor het niet tijdig indienen van de beroepsgronden. Hierdoor werd het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en volledige indiening van beroepsgronden in bestuursrechtelijke procedures, conform de Awb.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden zonder geldige verklaring.

Uitspraak

03/2583 ZFW
03/2584 ZFW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen:
[apposant 1] en [opposant 2], beiden wonende te '[woonplaats], opposanten,
en
de onderlinge waarborgmaatschappij NUTS Zorgverzekering U.A., gevestigd te
's-Gravenhage, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
Bij uitspraak van 27 augustus 2003 heeft de Raad met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van Pro de Awb het namens opposanten tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 april 2003, reg.nrs.01/4065 ZFW en 01/4067 ZFW, ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 27 augustus 2003 heeft mr. drs. R. Dhalganjansing, advocaat te 's-Gravenhage, namens opposanten verzet gedaan.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2004, waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 27 augustus 2003 berust op de overweging dat het hoger-beroepschrift niet de ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb vereiste gronden bevat en mr. drs. Dhalgaljansing vervolgens binnen de ingevolge artikel 6:6 van Pro de Awb daartoe bij brief van 7 juli 2003 door de Raad aan hem gestelde termijn van twee weken (ook) geen gronden heeft ingediend.
De Raad ziet geen grond om tot een ander oordeel te komen dan in de uitspraak van 27 augustus 2003 is gegeven.
Hiertoe overweegt de Raad dat mr. drs. Dhalgaljansing in verzet geen verklaring heeft gegeven voor het niet beantwoorden van de brief van 7 juli 2003.
Het verzet dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. J.G. Treffers en mr. M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2004.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg.