ECLI:NL:CRVB:2004:AO5906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- C.G.M. van Rijnberk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Habermannspeen en Habermannfles niet vergoed als hulpmiddel volgens ZFW en AWBZ
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo waarin werd geoordeeld dat Habermannspenen als eetapparaat onder artikel 24 van Pro de Regeling Hulpmiddelen 1996 vallen en dus voor vergoeding in aanmerking komen. De kinderarts had een aanvraag ingediend voor vergoeding van deze speciale spenen voor gedaagde.
De rechtbank stelde dat de speen een hulpmiddel is voor het toedienen van voeding, noodzakelijk vanwege de schisis van gedaagde, en dat dit binnen het verstrekkingenpakket valt. Appellant was het hier niet mee eens en stelde dat de speen niet als eetapparaat kan worden aangemerkt volgens de Regeling en dat een aangepaste reguliere speen hetzelfde effect kan bereiken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant gegrond verklaard. De Raad oordeelde dat de Habermannspeen en -fles niet voldoen aan de definitie van een eetapparaat zoals bedoeld in artikel 24 van Pro de Regeling Hulpmiddelen 1996, mede omdat een eetapparaat volgens de toelichting een onderstel met een lepelarm is, wat hier niet het geval is.
Daarom behoren deze hulpmiddelen niet tot het verstrekkingenpakket van de Ziekenfondswet en AWBZ en komen zij niet voor vergoeding in aanmerking. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van gedaagde wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De vergoeding voor Habermannspenen en -flessen wordt afgewezen omdat deze niet tot het verstrekkingenpakket behoren.