ECLI:NL:CRVB:2004:AO6208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel weigering bijstandsuitkering wegens eigen toedoen niet behouden arbeid
Appellant was sinds 1 april 1998 in dienst bij Partylite Distribution te Tilburg. In februari 2000 meldde hij zich ziek en verzocht verlof om zich in Suriname te laten behandelen. De werkgever stemde dit niet toe omdat eerdere behandeling onvoldoende resultaat had en stelde dat appellant in Nederland behandeld moest worden. Ondanks dit vertrok appellant op 5 maart 2000 naar Suriname, waarna met wederzijds goedvinden het dienstverband per 15 maart 2000 werd beëindigd.
Na terugkeer in Nederland op 16 augustus 2000 vroeg appellant een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Ook de bijstandsuitkering werd met ingang van 21 augustus 2000 geweigerd voor de duur van een maand, omdat appellant door eigen toedoen zijn arbeid niet had behouden. Bezwaar en beroep hiertegen werden ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet in Nederland te blijven voor behandeling en daardoor zijn dienstbetrekking verloor. Er waren geen dringende redenen om van de maatregel af te zien. Ook het feit dat appellant later arbeidsongeschikt werd verklaard, doet hieraan niet af. De Raad bevestigt het besluit en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de maatregel van 100% weigering van de bijstandsuitkering gedurende een maand wegens eigen toedoen niet behouden arbeid.