ECLI:NL:CRVB:2004:AO6441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Spaarloon behoort niet tot het loon bij vaststelling dagloon sociale verzekeringen
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar dagloon voor de berekening van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van de WAO. Het geschil betrof met name de vraag of deelname aan de spaarloonregeling invloed heeft op de hoogte van het dagloon.
De rechtbank had het besluit vernietigd voor zover het de hoogte van het dagloon betrof en gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het spaarloon niet tot het loon in de zin van de sociale verzekeringswetten behoort, zoals bepaald in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder s, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
De Raad oordeelde dat een evenredig deel van het spaarloon, namelijk 1/261 deel van het voor het jaar 1997 gespaarde bedrag, in mindering moet worden gebracht op het dagloon. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de eerdere halve inachtneming van het spaarloon een vergissing betrof. Tevens werd het besluit van 14 augustus 2001 vernietigd vanwege onjuiste toepassing van de pensioenpremiekorting.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het dagloon vastgesteld op f. 89,85.