ECLI:NL:CRVB:2004:AO6443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie- en boetenota's over onkostenvergoedingen volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen correctie- en boetenota's die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) zijn opgelegd over de premiejaren 1995 tot en met 1998. Deze nota's betreffen betalingen aan een werknemer, waarvan appellante stelt dat een groot deel onkostenvergoedingen zijn die niet als loon voor sociale verzekeringspremies hoeven te worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat. Volgens artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) valt onder loon alles wat uit een dienstbetrekking wordt genoten, met uitzondering van vergoedingen die kosten bestrijden zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, onder k, CSV. Het is aan appellante om aannemelijk te maken dat de betalingen onkostenvergoedingen betreffen.
Appellante heeft stukken overgelegd, waaronder een overzicht van kilometers en andere kosten, maar deze zijn onvoldoende om de stelling te onderbouwen. De stukken zijn onvolledig, onduidelijk over de jaren waarop ze betrekking hebben en niet representatief voor de jaren van de nota's. De Raad ziet daarom geen reden om de correctie- en boetenota's te vernietigen en bevestigt het bestreden besluit.
De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wijst het hoger beroep af. De uitspraak is gedaan door rechter G. van der Wiel in aanwezigheid van griffier A. Kovács op 25 maart 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de correctie- en boetenota's en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van onkostenvergoedingen.