ECLI:NL:CRVB:2004:AO6485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van gedifferentieerde WAO-premie vaststelling
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de gedifferentieerde premie voor de WAO voor het jaar 1999 vastgesteld op 2,43%, waartegen gedaagde bezwaar maakte. De rechtbank Dordrecht had dit besluit vernietigd en het beroep van gedaagde gegrond verklaard. De Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte aannam dat toepassing van de medische besluitenregeling van de WAO niet mogelijk was en dat het besluit niet inhoudelijk beoordeeld hoefde te worden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat medische gegevens bij de beoordeling van dergelijke besluiten volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beoordeeld moeten worden, met inachtneming van artikel 8:32 Awb Pro. De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak vernietigd moet worden en dat de zaak terug moet naar de rechtbank Dordrecht voor een inhoudelijke beoordeling van het besluit.
Daarnaast bepaalt de Raad dat de proceskosten van gedaagde in hoger beroep vooralsnog aan de zijde van appellant blijven, maar dat de rechtbank bij de verdere behandeling hierover kan beslissen. De uitspraak is gegeven door mr. G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier mr. A. Kovács, op 25 maart 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling.