ECLI:NL:CRVB:2004:AO6569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken ingezetenschap
Appellante, Nederlandse staatsburger, kwam met haar jongste zoon naar Nederland voor medische behandeling en vroeg kinderbijslag aan. De Sociale Verzekeringsbank wees dit af omdat zij op de peildata niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat ingezetenschap volgens de Algemene Kinderbijslagwet wordt bepaald aan de hand van de mate van sociale, economische en juridische binding met Nederland. Hoewel appellante de Nederlandse nationaliteit bezit, was haar economische binding zwak omdat zij afhankelijk was van een bijstandsuitkering en geen zelfstandige woonruimte had. Haar sociale binding was eveneens beperkt door het korte verblijf en het achterlaten van haar andere kinderen op Sint Maarten.
De Raad concludeerde dat appellante op de peildata niet als ingezetene kon worden beschouwd en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Sociale Verzekeringsbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van kinderbijslag omdat appellante geen ingezetene van Nederland was op de peildata.