ECLI:NL:CRVB:2004:AO6600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting AOW-toeslag wegens niet-verzekering echtgenote in buitenland
In deze zaak staat de korting op de toeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) centraal, vanwege het niet verzekerd zijn van de echtgenote van betrokkene in de periode van 1 december 1961 tot 22 februari 1962.
De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende was gebleken dat de echtgenote geen ingezetene meer was en dat twijfel ten gunste van betrokkene moest worden uitgelegd, waardoor de korting onterecht was toegepast. De Sociale verzekeringsbank, nu appellant, ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de echtgenote in de betreffende periode werkzaam en verzekerd was in Groot-Brittannië, zodat op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk van 1954 de Britse wetgeving van toepassing was. Hierdoor kon geen verzekering in Nederland worden aangenomen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de korting betrof en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad wees tevens op de mogelijkheid van cassatieberoep tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, beperkt tot schending van specifieke wetsartikelen.
Uitkomst: De korting op de AOW-toeslag wegens niet-verzekering van de echtgenote in Groot-Brittannië is terecht toegepast.