ECLI:NL:CRVB:2004:AO7407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging toeslag bij inwonende dochter zonder studiefinanciering
Appellante ontving een bijstandsuitkering met een toeslag van 20% van het minimumloon. Gedaagde heeft deze toeslag verlaagd naar 10% per 1 augustus 2000, omdat appellantes inwonende dochter ouder dan 21 jaar is, geen studiefinanciering meer ontvangt en inkomsten uit arbeid heeft die boven haar bijstandsnorm liggen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze verlaging, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de verlaging onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verlaging terecht is op grond van de Verordening toeslagen en verlagingen algemene bijstandswet van de gemeente Naaldwijk. Er is geen aanleiding om artikel 13, eerste lid, van de Algemene bijstandswet toe te passen om de toeslag te handhaven. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de toeslag naar 10% van het minimumloon wordt bevestigd.