ECLI:NL:CRVB:2004:AO7424
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering kinderbijslag na wijziging opleiding en leeftijdsgrens
Appellant maakte bezwaar tegen de ontzegging van kinderbijslag voor zijn kinderen Abdelmonaim en Najat, vanwege het bereiken van de leeftijdsgrens en het niet meer volgen van dezelfde opleiding. De Raad bevestigde dat Abdelmonaim vanaf het eerste kwartaal van 1998 geen recht meer had op kinderbijslag omdat hij 25 jaar was geworden. Voor Najat werd vastgesteld dat zij vanaf het vierde kwartaal van 1996 niet meer dezelfde opleiding volgde als op 1 oktober 1995, waardoor ook haar aanspraak verviel.
De Raad oordeelde dat gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, terecht de kinderbijslag met terugwerkende kracht heeft herzien en teruggevorderd op grond van artikel 14a van de Algemene Kinderbijslagwet. Hoewel appellant al zijn verplichtingen was nagekomen, was het hem duidelijk of had hij kunnen begrijpen dat kinderbijslag ten onrechte werd toegekend. Daarom was de herziening met terugwerkende kracht gerechtvaardigd.
Echter, gelet op het beleid van gedaagde en de omstandigheden van appellant, waaronder het ontvangen van een WAO-uitkering en het feit dat de kinderbijslag werd besteed aan het onderhoud van studerende kinderen, werd de terugwerkende kracht van de herziening beperkt tot de helft. Het hoger beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De Raad bepaalde tevens dat appellant het griffierecht vergoed krijgt.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; de terugvordering van kinderbijslag met beperkte terugwerkende kracht is bevestigd.