ECLI:NL:CRVB:2004:AO7442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Herberekening en terugvordering van teveel betaalde wachtgeld aan voormalig ambtenaar
Appellant, een voormalig administratief medewerker, kreeg wachtgeld toegekend na beëindiging van zijn dienstverband. Later stelde de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vast dat er over de periode van 1 augustus 1994 tot 1 augustus 1995 een bedrag van f 16.706,05 te veel was uitbetaald. Dit bedrag werd teruggevorderd op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel (BWOO).
Appellant betwistte dat het teveel betaalde wachtgeld door zijn eigen toedoen was ontstaan en stelde dat hij zijn verplichtingen tot opgave van neveninkomsten steeds was nagekomen. Hij gaf aan bewijsstukken te hebben vernietigd vanwege een suïcidale gemoedstoestand. De Raad concludeerde echter dat appellant niet aan zijn verplichtingen had voldaan, omdat hij na overschakeling op wijzigingsformulieren geen gegevens meer had aangeleverd ondanks herhaalde verzoeken.
De Raad oordeelde dat de eerste terugvorderingshandeling pas plaatsvond bij het herberekeningsbesluit van 21 oktober 1999 en niet eerder, waardoor de terugvordering niet geheel binnen de wettelijke termijn van vijf jaren viel. Het eerdere onderzoek en de brieven van maart en mei 1999 waren geen ondubbelzinnige terugvorderingshandelingen. Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 21 BWOO Pro en wordt het vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit op bezwaar, en appellant krijgt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van teveel betaalde wachtgeld wordt vernietigd wegens termijnoverschrijding en onvoldoende terugvorderingshandeling.