ECLI:NL:CRVB:2004:AO7635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-toeslag wegens FPU-uitkering echtgenote
Appellant, geboren in 1933, ontvangt een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) met toeslag voor zijn echtgenote. Sinds augustus 2000 ontvangt de echtgenote een FPU-uitkering die door de Sociale verzekeringsbank als inkomen in verband met arbeid wordt aangemerkt, waardoor de toeslag is gekort. Appellant maakte bezwaar tegen deze korting, maar dit werd ongegrond verklaard en de rechtbank handhaafde het besluit.
In hoger beroep staat centraal of de FPU-uitkering moet worden gezien als een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding, die volgens het Inkomensbesluit AOW 1996 als inkomen in verband met arbeid moet worden beschouwd. De Raad volgt de rechtbank en oordeelt bevestigend dat de FPU-uitkering, inclusief het flexibele pensioencomponent, als zodanig moet worden aangemerkt.
De Raad ziet geen gronden om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigt de uitspraak. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door drie leden van de Centrale Raad van Beroep op 9 april 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de AOW-toeslag wegens de FPU-uitkering van de echtgenote.