ECLI:NL:CRVB:2004:AO7800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herberekening en terugvordering ontslaguitkering wegens anticumulatie en substantieel werk
Appellant, voormalig docent Lichamelijke Opvoeding, ontving een ontslaguitkering die werd herberekend en teruggevorderd nadat bleek dat hij naast zijn onderwijsbaan substantieel werkzaam was in eigen ondernemingen. De Raad bevestigt dat appellant vanaf 1 november 1994 tot 1 januari 1996 inkomsten genoot uit arbeid die vóór ontslagaanzegging was begonnen, en dat anticumulatie van toepassing is. Tevens was appellant vanaf 1 januari 1996 dermate werkzaam als zelfstandige dat hij niet meer als werkloos kon worden beschouwd.
Appellant had op maandelijkse formulieren niet aangegeven werkzaamheden te verrichten en verklaarde onjuist nul uren te werken vanaf 1 januari 1996. Uit getuigenverklaringen en jaarstukken bleek dat hij gemiddeld 25 uur per week werkte voor zijn vennootschap, wat een verhoogde werkzaamheid na ontslagaanzegging inhield. De Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had tegengesproken.
De Raad bevestigde dat de uitkering terecht werd herzien en teruggevorderd op grond van de anticumulatiebepalingen van het Rechtspositiebesluit onderwijs-personeel en het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. De terugvordering was binnen de wettelijke termijn en gebaseerd op onjuiste verstrekte inlichtingen door appellant. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: De herberekening en terugvordering van de ontslaguitkering worden bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.