ECLI:NL:CRVB:2004:AO7872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn leidt tot nihilstelling boetenota's sociale werknemersverzekeringen
De zaak betreft correctienota's en boetenota's over de jaren 1990 tot en met 1994, opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aan gedaagde vanwege vermeende verzekeringsplichtige arbeidsverhoudingen met automatiseringsdeskundigen.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende feitelijk onderzoek door appellant. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, maar stelt dat het onderzoek niet dermate onzorgvuldig was dat het besluit op die grond vernietigd moet worden. Wel is vastgesteld dat appellant tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht ten aanzien van buitenlandse rechtspersonen.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de boetenota's op nihil moeten worden gesteld vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, aangezien meer dan acht jaar waren verstreken sinds de aankondiging van de boetenota's. De Raad veroordeelt appellant tevens in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De boetenota's worden op nihil gesteld wegens overschrijding van de redelijke termijn en het besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek.