ECLI:NL:CRVB:2004:AO7886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit correctie- en boetenota's wegens onvoldoende onderbouwing loon/omzetverhouding
Appellant maakte bezwaar tegen correctie- en boetenota's over de jaren 1993 tot en met 1995 opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Na een looncontrole waarbij een urenadministratie ontbrak, stelde gedaagde een loon/omzetverhouding van 60% vast en corrigeerde het premieloon op basis daarvan. De rechtbank verklaarde appellant ontvankelijk in beroep tegen het besluit van 1 oktober 1999 en vernietigde dit besluit deels.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte appellant ontvankelijk heeft verklaard in beroep tegen het besluit van 17 februari 1997, omdat dit belang door het latere besluit is komen te vervallen. De Raad stelt ook vast dat het enkele feit dat de loon/omzetverhouding afwijkt van de branche gebruikelijk, onvoldoende is om het premieloon ambtshalve vast te stellen zonder nader onderzoek.
Verder is vastgesteld dat appellant zelf waarschijnlijk volledig heeft meegewerkt, waardoor het geconstateerde urentekort niet aannemelijk is. De Raad vernietigt daarom het besluit van 1 oktober 1999 voor zover dit betrekking heeft op de correctie- en boetenota's over 1993 tot en met 1995 en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 1 oktober 1999 wordt gedeeltelijk vernietigd en appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in beroep tegen het besluit van 17 februari 1997.