ECLI:NL:CRVB:2004:AO8189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering BWOO-uitkering wegens verblijf buiten Nederland en fraudebezwaren
Appellant ontving een werkloosheidsuitkering op grond van het BWOO na ontslag bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. De uitkering werd herzien en teruggevorderd wegens vermoedelijk verblijf buiten Nederland anders dan wegens vakantie, en onvoldoende beschikbaarheid voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
De herziening was primair gebaseerd op het feit dat appellant vanaf 22 april 1994 buiten Nederland verbleef, subsidiair op het niet beschikbaar zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt en meer subsidiair op het niet voldoen aan informatieverplichtingen. Appellant voerde aan dat hij tot 16 juni 1995 in Nederland woonde en daarna bij kennissen verbleef, en dat hij wel degelijk solliciteerde.
De Raad oordeelde dat appellant vanaf 16 juni 1995 niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Nederland woonde of verbleef en dat hij zijn informatieplicht schond door zijn postadres als woonadres te vermelden. Voor de periode van 1 december 1994 tot 16 juni 1995 was er onvoldoende bewijs dat appellant niet in Nederland verbleef of niet beschikbaar was. Daarom werd het besluit vernietigd voor dat tijdvak, maar de terugvordering voor de periode na 16 juni 1995 werd bevestigd.
De Raad veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht vergoed wordt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor het tijdvak tot 16 juni 1995 en bevestigd voor het tijdvak daarna, met veroordeling van gedaagde in proceskosten.