ECLI:NL:CRVB:2004:AO8365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Betekenis privaatrechtelijke ontslagregeling ambtenaar en rechtszekerheid
Appellant was werkzaam bij de provincie Gelderland en werd vanwege arbeidsverhoudingsproblemen gedetacheerd. Uiteindelijk sloten partijen op 13 juni 2000 een overeenkomst voor beëindiging van het dienstverband per 1 januari 2001, met een outplacementregeling en salarisdoorbetaling.
Gedaagden ontdekten later dat appellant al een arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever had getekend en stelden dat appellant had misleid. Zij vernietigden de ontslagregeling en legden appellant een berisping op wegens plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Raad oordeelt dat de gemaakte afspraken een nadere regeling van de ontslagbevoegdheid vormen en dat het rechtszekerheidsbeginsel geldt. Uit de stukken blijkt dat gedaagden geen wezenlijk belang hechtten aan de datum van indiensttreding bij een andere werkgever en dat appellant niet misleid heeft. De Raad vernietigt het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond.
Voorts veroordeelt de Raad gedaagden tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De disciplinaire maatregel wordt eveneens onterecht geacht. Hiermee wordt de rechtszekerheid en de bescherming van de ambtenaar bij ontslag bevestigd.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot vernietiging van de ontslagregeling en verklaart het beroep gegrond.