ECLI:NL:CRVB:2004:AO8378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde sociale premies bij binnenlandse vestiging onderneming
Appellant was mede-bestuurder van een vennootschap met statutaire zetel in België, die echter haar bedrijfsactiviteiten geheel in Nederland uitvoerde. Het UWV stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk voor onbetaalde sociale verzekeringspremies over 1997-1999 op grond van artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank had dit besluit bevestigd op basis van een formeel vestigingscriterium, waarbij appellant werd gezien als leider van een vaste inrichting in Nederland. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de onderneming feitelijk binnenlands was en dat artikel 16d CSV van toepassing moest zijn, met strengere bewijsregels.
De Raad oordeelde dat het formele vestigingscriterium niet langer geldt en dat het materiële criterium van feitelijke vestiging leidend is. Omdat de onderneming haar activiteiten volledig in Nederland verrichtte, is zij binnenlands. Hierdoor is artikel 16c CSV niet van toepassing en kan appellant niet hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit tot hoofdelijke aansprakelijkheid wordt vernietigd.