ECLI:NL:CRVB:2004:AO8478
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag matroos wegens cocaïnegebruik
Verzoeker, matroos der eerste klasse bij de Koninklijke Marine, werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens cocaïnebezit en -gebruik op 26 mei 2003. Na een bezwaarprocedure en een eerdere uitspraak die het ontslag vernietigde, handhaafde de Staatssecretaris van Defensie het ontslag opnieuw na aanvullend onderzoek en het horen van getuigen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen dit ontslag. Uit de getuigenverklaringen bleek dat verzoeker cocaïne in bezit had en gebruikte, waarbij meerdere officieren dit gedrag bevestigden en verzoeker het wangedrag na confrontatie deels had toegegeven. De stelling dat de officieren dronken waren of dat sprake was van een wraakactie werd niet gevolgd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het wangedrag en eerdere disciplinaire maatregelen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waarmee het ontslag in stand bleef.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag van de matroos wegens cocaïnegebruik wordt afgewezen.