ECLI:NL:CRVB:2004:AO8672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij onvolledige adressering bezwaarschrift
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot intrekking van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en terugvordering van onverschuldigde betalingen. Het bezwaar werd echter niet tijdig ontvangen door het bestuursorgaan vanwege onvolledige adressering, waardoor het bezwaarschrift retour werd gezonden.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid vanwege termijnoverschrijding. Appellant stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat het per aangetekende brief op 5 april 2001 was verzonden. De Raad oordeelde echter dat de termijn pas begon te lopen op het moment dat appellant het besluit daadwerkelijk ontving, namelijk 5 maart 2001, waardoor de bezwaartermijn op 15 april 2001 afliep.
Omdat het bezwaarschrift door onvolledige adressering niet tijdig bij het bestuursorgaan aankwam en pas op 24 april 2001 werd ontvangen, werd de overschrijding niet verschoonbaar geacht. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn door onvolledige adressering.