ECLI:NL:CRVB:2004:AO8673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Th. Wolleswinkel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onjuiste procedurele behandeling
Appellant, geboren in 1941 en werkzaam als technisch medewerker, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Deze uitkering werd later herzien naar 55-65%, wat tot bezwaar en beroep leidde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit is genomen zonder kennis te nemen van een aanvullend bezwaarschrift, wat in strijd is met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is het besluit procedureel onjuist en dient het te worden vernietigd. Echter, de inhoudelijke grieven zouden niet tot een ander besluit hebben geleid, zodat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Daarnaast is vastgesteld dat het maatmaninkomen van appellant correct is vastgesteld op basis van jarenlang feitelijk genoten loon, waarbij rekening is gehouden met de toepasselijke CAO voor de Horeca. De Raad veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van artikel 7:11 Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.