ECLI:NL:CRVB:2004:AO8676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s en aansprakelijkheid vennootschap onder firma voor premies sociale verzekeringen
Betrokkene exploiteerde een camping en horecaonderneming en was betrokken bij verschillende bedrijfsvormen, waaronder een vennootschap onder firma (vof) en een eenmanszaak. Het Uwv legde correctie- en boetenota's op over de jaren 1991 en 1992 wegens vermeende niet-betaalde premies sociale verzekeringen.
De rechtbank had het beroep tegen de correctienota over 1991 gegrond verklaard vanwege onduidelijke tenaamstelling en ongesplitste bedragen, maar het beroep tegen de nota over 1992 ongegrond. Het Uwv ging in hoger beroep tegen het oordeel over 1991, terwijl betrokkene in hoger beroep het oordeel van de rechtbank over de aansprakelijkheid van de vof betwistte.
De Raad oordeelt dat het Uwv voldoende kennis had van de bedrijfsvormen en periodes en dat de tenaamstelling van de nota’s over 1991 niet zodanig gebrekkig was dat vernietiging gerechtvaardigd is. Tevens bevestigt de Raad dat de vof gebonden is aan handelingen van haar vennoten, ook als betrokkene zelf zich niet met horeca-activiteiten bezighield. Het hoger beroep van beide partijen wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de beroepen van het Uwv en betrokkene af.