ECLI:NL:CRVB:2004:AO9327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering betaald ouderschapsverlof voor elk kind van een drieling volgens CAR/UWO
Appellante, werkzaam bij de gemeente Buren, verzocht betaald ouderschapsverlof voor elk kind van haar op komst zijnde drieling. De gemeente kende betaald verlof toe voor slechts één kind, met onbetaald verlof voor de overige twee. Appellante stelde dat de regeling van de CAR/UWO onredelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was, omdat bij eenlingen voor elk kind betaald verlof wordt verleend.
De Raad overwoog dat de CAR/UWO expliciet bepaalt dat bij meerlingen slechts aanspraak bestaat op betaald ouderschapsverlof voor één kind en dat deze regeling niet onredelijk is. De situatie van een ouder met een drieling verschilt wezenlijk van die van een ouder met meerdere eenlingen in verschillende jaren. De Raad vond geen reden om de regeling buiten toepassing te laten of om een bijzondere regeling te treffen op grond van artikel 6:5:7 CAR Pro/UWO.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit van de rechtbank Arnhem en oordeelde dat de gemeente in redelijkheid heeft gehandeld. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd op 29 april 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de gemeente terecht heeft geweigerd om voor elk kind van de drieling betaald ouderschapsverlof toe te kennen.