ECLI:NL:CRVB:2004:AO9358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank en toepassing artikel 8:72 Awb bij gedifferentieerde premie WAO
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van een gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rechtbank Leeuwarden had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de continuïteit van het hotelbedrijf bij een bedrijfsovername.
Appellant is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen, hoewel hij de inhoudelijke beoordeling van de rechtbank onderschrijft. Hij stelt dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand had moeten laten omdat er inmiddels voldoende informatie beschikbaar is gekomen.
De Centrale Raad constateert dat de rechtbank Leeuwarden onbevoegd was omdat de vestigingsplaats van gedaagde in een ander arrondissement ligt, maar verklaart deze onbevoegdheid voor gedekt. De Raad oordeelt dat artikel 8:72, derde lid, Awb de rechtbank weliswaar de bevoegdheid geeft om rechtsgevolgen in stand te laten, maar geen verplichting oplegt. Gezien de omstandigheden was het redelijk dat de rechtbank hiervan afzag.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en wijst het hoger beroep af.