ECLI:NL:CRVB:2004:AO9475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen nadere premies voor bovenmatige ziektekostenverzekeringsbijdragen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake de vaststelling van nadere premies over de jaren 1995 en 1996. Gedaagde verstrekte aan haar werknemers bijdragen in een particuliere ziektekostenverzekering die de werkelijke kosten te boven gingen, conform de geldende CAO. Appellant stelde nadere premies vast over deze bovenmatige vergoedingen, welke na bezwaar onverkort werden gehandhaafd.
De rechtbank had geoordeeld dat vanwege het beleid van de voormalige Grafische bedrijfsvereniging, dat geen premies werd geheven over bovenmatige vergoedingen, gedaagde anders behandeld moest worden dan andere werkgevers. Dit beleid was overgenomen door appellant. In hoger beroep is uitsluitend de vraag aan de orde of deze uitspraak stand kan houden.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de Organisatiewet Sociale Verzekering 1997, die pas per 1 maart 1997 in werking trad, betekenis heeft toegekend voor de jaren 1995 en 1996. Daarnaast zijn de bepalingen over het loonbegrip in de Coördinatiewet Sociale Verzekering dwingend recht, waardoor appellant gehouden is premie vast te stellen over de bovenmatige kostenvergoeding. Het beleid van de voormalige Grafische bedrijfsvereniging was contra-legem en kan niet worden gevolgd. Het beroep van appellant wordt daarom gegrond verklaard en het hoger beroep van appellant slaagt.
De Raad wijst verder het door appellant ter zitting aangevoerde verweer af als te laat ingediend en ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het nadere premies betreft die de kosten van de ziektekostenverzekering te boven gaan, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad vernietigt het vonnis voor zover het nadere premies betreft en verklaart het beroep ongegrond.