ECLI:NL:CRVB:2004:AO9646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstbetrekking bij werkzaamheden in tuinbouwbedrijf
In deze zaak staat centraal of de werkzaamheden van een werknemer in een tuinbouwbedrijf kwalificeren als een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De appellant voerde aan dat er slechts sprake was van burenhulp en dat geen gezagsverhouding bestond. De Raad oordeelt dat alle vereiste elementen van een dienstbetrekking aanwezig zijn: persoonlijke arbeid, loonbetaling en gezagsverhouding.
Uit een looncontrole bleek dat de werknemer witlof waste voor de appellant tegen een vast uurloon, binnen de bedrijfsruimten van de appellant. Hoewel de werknemer enige vrijheid had in het bepalen van werktijden en wijze van uitvoering, was hij structureel ingebed in de bedrijfsvoering en verrichtte hij circa 40 tot 50 uur per week werkzaamheden.
De Raad stelt dat het ontbreken van dagelijkse instructies niet uitsluit dat een gezagsverhouding bestaat, zolang er de mogelijkheid is tot het geven van aanwijzingen en toezicht. De omvang van de werkzaamheden en de structurele aard ervan maken dat er geen sprake was van incidentele hulp of vrijheid van komen en gaan.
Daarmee is voldaan aan de criteria voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking en is de werknemer verzekerd op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en verklaart het beroep ongegrond.