ECLI:NL:CRVB:2004:AP0279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- P.C. de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel bijstand wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Appellant werd op 24 mei 2000 op staande voet ontslagen wegens werkweigering na een conflict met een collega. Vervolgens vroeg hij bijstand aan met ingang van 1 juni 2000. Het College van burgemeester en wethouders kende hem bijstand toe vanaf 22 september 2000, maar legde een maatregel van 100% weigering voor één maand op vanwege verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank stelde de ingangsdatum van de uitkering vast op 20 juni 2000 en handhaafde de maatregel. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en verwierp de beroepsgronden van appellant, die niet nader waren onderbouwd.
De maatregel is gebaseerd op het feit dat appellant onvoldoende had meegewerkt aan het behoud van zijn dienstbetrekking, ondanks eerdere schriftelijke berispingen. Het ontslag op staande voet was terecht en de tijdelijke weigering van bijstand is volgens de Raad passend en rechtmatig.
De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan appellant toe te wijzen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank in alle onderdelen.
Uitkomst: De maatregel van 100% weigering van de bijstandsuitkering gedurende één maand wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.