ECLI:NL:CRVB:2004:AP0465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in sociale verzekeringspremies
Appellant was hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde sociale verzekeringspremies van een bedrijf over de jaren 1993 tot en met 1995. Hij stelde bezwaar tegen dit besluit, dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ongegrond werd verklaard. Appellant stelde beroep in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De rechtbank had in een eerdere uitspraak het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring gegrond verklaard, omdat de kennisgeving van het besluit niet was ontvangen en er verwarring zou zijn ontstaan over de termijn. De Centrale Raad van Beroep volgt deze redenering niet en oordeelt dat appellant de termijnoverschrijding niet kan laten verschoonbaar achten, mede omdat hij tijdens de termijn afwezig was wegens rouwplechtigheden en geen maatregelen had getroffen om zijn post te laten beheren.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn beroep en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het door appellant betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdig ingediend beroep; UWV wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht wordt vergoed.