ECLI:NL:CRVB:2004:AP0485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering hernieuwde WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak
Appellant, een voormalig belader/straatreiniger, ontving sinds 1991 een WAO-uitkering wegens rugklachten. Na een herbeoordeling in 1996 werd deze uitkering ingetrokken. In 1997 meldde appellant hartklachten, waarop hij een verzoek tot hernieuwde WAO-uitkering indiende. Verweerder weigerde deze uitkering toe te kennen omdat de hartklachten een andere ziekteoorzaak betreffen dan de rugklachten waarvoor de oorspronkelijke uitkering werd verleend.
De rechtbank Rotterdam oordeelde in 1999 dat verweerder ten onrechte niet had onderzocht of sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid door de hartklachten. Na aanvullend medisch onderzoek en advies van verzekeringsartsen stelde verweerder opnieuw de bezwaren ongegrond. De medische rapporten concludeerden dat er geen causale relatie bestaat tussen de hartklachten en de eerder vastgestelde rugklachten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant geen medische gegevens heeft overgelegd die het tegendeel aannemelijk maken. Ook de stelling dat stress de oorzaak van zowel de rug- als hartklachten zou zijn, is niet onderbouwd. De Raad acht het besluit van verweerder om de hernieuwde WAO-uitkering te weigeren terecht en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een hernieuwde WAO-uitkering wegens een andere ziekteoorzaak dan de oorspronkelijke rugklachten.