ECLI:NL:CRVB:2004:AP0491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Onjuiste vaststelling beperkingen bij WAO-schatting leidt tot vernietiging besluit
Appellante, werkzaam geweest als medewerkster bij Rabobank, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens rugklachten en psychische problematiek. Gedaagde stelde de uitkering in 2000 bij op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op circa 31%.
Appellante voerde bezwaar aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische toestand en dat zij meer beperkingen had dan aangenomen. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast, maar de Raad concludeerde dat niet alle beperkingen, met name ten aanzien van tempo- en tijdsdruk en conflicthantering, juist waren verwerkt in het belastbaarheidspatroon.
De Raad oordeelde dat de functies die appellante kon verrichten niet geschikt waren en dat het besluit gebaseerd was op een onjuiste medische grondslag. Ook waren er arbeidskundige bezwaren tegen de geschiktheid van de functies. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.