ECLI:NL:CRVB:2004:AP0497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezagsverhouding bij interimmanagement en privaatrechtelijke dienstbetrekking
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een gedaagde gespecialiseerd in interim- en flexmanagement. Het Uwv had besloten dat twee betrokkenen vanaf 15 februari 1999 verzekeringsplichtig waren vanwege hun werkzaamheden voor gedaagde. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde deze besluiten en oordeelde dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, omdat een gezagsverhouding ontbrak en de betrokkenen zelfstandig hun beroep uitoefenden.
In hoger beroep heeft het Uwv zich beperkt tot de vraag of er een gezagsverhouding bestaat tussen gedaagde en de betrokken interimmanagers. Het Uwv stelde dat aan de voorwaarden voor een dienstbetrekking was voldaan, waaronder gezag, arbeid en loon, en dat zelfstandigheid daaraan niet in de weg stond. De Raad heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd en geoordeeld dat er geen werkgeversgezag is, mede omdat de interimmanagers hun werkzaamheden geheel naar eigen inzicht uitvoeren bij de opdrachtgever en de schaduwmanager van gedaagde slechts beperkte controle uitoefent.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak in stand kan blijven en veroordeelde het Uwv tot betaling van de proceskosten van gedaagde in hoger beroep. De uitspraak werd op 27 mei 2004 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen gezagsverhouding bestaat en dat de betrokken interimmanagers niet onder de verplichte werknemersverzekering vallen.