ECLI:NL:CRVB:2004:AP0499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering dubbele WAO-uitkering zonder dringende redenen
Appellant ontving in januari 1998 per abuis twee keer een WAO-uitkering over dezelfde maand. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), vorderde de onverschuldigde betaling terug bij besluit van 19 juli 2000. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet duidelijk kon zijn dat hij door fouten van gedaagde dubbel was betaald, en dat dit aanleiding moest zijn om van terugvordering af te zien. De Raad oordeelde dat deze stelling geen dringende redenen oplevert zoals bedoeld in artikel 57 van Pro de WAO. De wetsgeschiedenis leert dat dringende redenen alleen kunnen bestaan uit onaanvaardbare gevolgen van terugvordering voor de verzekerde.
De fout van gedaagde is oorzaak van de terugvordering, maar vormt geen dringende reden om daarvan af te zien. De Centrale Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De terugvordering blijft daarmee rechtmatig.
Uitkomst: De terugvordering van de dubbele WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen dringende redenen zijn aangetoond.