ECLI:NL:CRVB:2004:AP0504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 8 augustus 2001, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%. Na bezwaar stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de arbeidsongeschiktheid vast op 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad behandelde het hoger beroep op 6 april 2004, waarbij appellante niet aanwezig was. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand hield. De medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts was een juiste weergave van de beperkingen van appellante. Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies die appellante nog zou kunnen vervullen, was toereikend.
De Raad wees de grief af dat de rechtbank zonder nieuwe oproeping uitspraak had gedaan, omdat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar rechten te benutten. Tevens werd vastgesteld dat functies met ploegentoeslag buiten beschouwing moesten blijven, maar dat er voldoende andere functies overbleven om de mate van arbeidsongeschiktheid te baseren. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep van appellante ongegrond.