ECLI:NL:CRVB:2004:AP0523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks bezwaar werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een vennootschap onder firma tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De werkgever maakte bezwaar tegen premiebesluiten voor de jaren 1999, 2000 en 2001, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de werkgever eveneens ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de gedifferentieerde WAO-premie wordt vastgesteld op basis van de feitelijke toekenning van een WAO-uitkering en de datum van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag binnen het dienstverband. De werkgever stelde dat zij niet adequaat kon reageren op de toekenning van de WAO-uitkering, maar dit bezwaar werd verworpen omdat artikel 87e van de WAO niet tegen haar kon worden toegepast, waardoor zij alsnog tegen de toekenning mocht opkomen.
De Raad stelt vast dat de medische en juridische gemachtigden van de werkgever de stukken hebben ontvangen maar geen inhoudelijke reactie hebben gegeven, waardoor moet worden uitgegaan van de juistheid van de toegekende WAO-uitkering. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie blijft gehandhaafd.