Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AP0526

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/2789 CSV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzetschrift wegens overschrijding termijn bij hoger beroep sociale zekerheidsrecht

De vennootschap onder firma heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft de vennootschap een verzetschrift ingediend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Raad heeft vastgesteld dat het verzetschrift niet tijdig was ingediend. De termijn voor het indienen van het verzetschrift liep van 10 september 2003 tot en met 22 oktober 2003, terwijl het verzetschrift pas op 24 oktober 2003 ter post was bezorgd. De Raad heeft geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, die in uitzonderlijke gevallen verlenging van termijnen toestaat.

De Raad concludeert dat het verzet niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn en het ontbreken van omstandigheden die redelijkerwijs kunnen rechtvaardigen dat de indiener niet in verzuim is geweest. Partijen zijn niet verschenen op de zitting van 7 april 2004. De uitspraak is op 19 mei 2004 gedaan.

Uitkomst: Het verzetschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor indiening.

Uitspraak

03/2789 CSV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
de vennootschap onder firma [naam vof], gevestigd te [vestigingsplaats], opposante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 4 september 2003 is het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank te Alkmaar van 29 april 2003 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft mr. P. Bakker, werkzaam bij Bakker & Co, Belastingadviseurs te Amsterdam, een verzetschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 7 april 2004, waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Blijkens het eerste lid van artikel 8:55 van Pro de Awb zijn onder meer de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing op het verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.
De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt derhalve zes weken, zoals onder bedoelde uitspraak is aangegeven.
Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, bepaalt dat die termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt. Onder bekendmaking dient, gelet op artikel 3:41 van Pro de Awb, te worden verstaan toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbenden.
Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb, is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De in rubriek I genoemde uitspraak van de Raad van 4 september 2003 is op 10 september 2003 aan partijen gezonden. Het tegen die uitspraak gerichte verzetschrift, gedateerd 21 oktober 2003, is op 23 oktober 2003 per fax en per gewone post op 27 oktober 2003 ter griffie van de Raad ontvangen en is blijkens de poststempel op de enveloppe op 24 oktober 2003 ter post bezorgd.
Nu de verzetstermijn liep van 10 september tot en met 22 oktober 2003 stelt de Raad vast dat die termijn is overschreden.
Dit betekent dat het verzet om die reden niet-ontvankelijk is, tenzij, gelet op artikel 6:11 van Pro de Awb, redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De in het verzetschrift aangevoerde omstandigheid is niet van dien aard dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat opposante in verzuim is geweest.
Ook overigens is de Raad niet van omstandigheden als vorenbedoeld gebleken.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) R.E. Lysen.