ECLI:NL:CRVB:2004:AP0527

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/6100 CSV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat indienen bezwaarschriftgronden in socialezekerheidszaak

Appellante diende tijdig een bezwaarschrift in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Echter werden de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn ingediend, ondanks dat appellante daartoe de mogelijkheid had gekregen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en deze uitspraak werd door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.

De Raad overwoog dat appellante voldoende tijd had om de gronden te formuleren en aan te vullen, mede gezien de professionele vertegenwoordiging. Er was geen sprake van een zodanige complexiteit die uitstel zou rechtvaardigen. Het verzoek om uitstel kwam pas na het verstrijken van de termijn, waardoor het niet-ontvankelijk verklaren terecht was.

De beleidsregels van het Uwv omtrent het herstellen van vormverzuimen werden als redelijk beoordeeld en in overeenstemming met artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd.

Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van de bezwaarschriftgronden.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/6100 CSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
C.V. [naam C.V.], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Namens appellante heeft mr. H.L. Verweel, advocaat te Spijkenisse, op bij aanvullend beroepschrift (met bijlagen) van 15 januari 2004 aangevoerde gronden bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam onder dagtekening 28 oktober 2003, reg.nr. AWB 01/3067 CSV, tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 3 februari 2004 ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 11 mei 2004, waar appellante -met voorafgaand bericht- niet is verschenen. Gedaagde heeft zich bij die gelegenheid doen vertegenwoordigen door mr. F. Verhaart, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of gedaagde appellante bij besluit van 11 november 2002 op juiste gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het feit dat appellante bij het instellen van bezwaar één van de ingevolge artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde formele vereisten van het bezwaarschrift niet in acht heeft genomen.
De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 11 november 2002 ongegrond verklaard en daarbij geoordeeld dat de in het Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 2001 - in welk reglement gedaagde regels heeft vastgelegd over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de bezwaarschriftprocedure ingevolge de Awb - neergelegde beleidsregel ten aanzien van het herstellen van vormverzuimen hem niet onredelijk voorkomt.
De Raad verenigt zich met dit oordeel van de rechtbank en onderschrijft het standpunt alsmede de overwegingen die de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd. Hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht is een herhaling van hetgeen appellante in eerste aanleg heeft aangevoerd betreffende het motiveringsbeginsel en de complexiteit van deze zaak. Bij brief van 7 mei 2001 zijn aan appellante de onderliggende stukken toegezonden waarop het besluit van 16 februari 2001, zijnde de correctienota's, is gebaseerd.
Gedaagde heeft appellante, nadat het op 12 maart 2001 gedateerde bezwaarschrift tijdig was ingediend, overeenkomstig het hierboven aangehaalde reglement bij brief van 7 mei 2001 in de gelegenheid gesteld om het verzuim binnen vier weken te herstellen. Appellante heeft niet binnen de gestelde termijn haar verzuim hersteld. Pas nadat de termijn was verstreken heeft appellante om uitstel verzocht, zodat gedaagde haar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar.
Onder verwijzing naar de beleidsregels van gedaagde ten aanzien van het herstellen van vormverzuimen merkt de Raad op dat gedaagde aan het bepaalde in artikel 6:6 van Pro de Awb niet een onredelijke beleidstoepassing heeft gegeven.
De Raad merkt nog op dat appellante vanaf het indienen van het bezwaar op 12 maart 2001 ruimschoots de tijd heeft gehad om een begin te maken met het formuleren van de gronden en dat appellante de gronden had kunnen aanvullen. De Raad is niet gebleken van een zodanige complexiteit van de zaak dat meer tijd gegeven zou moeten worden om de gronden in te dienen. Zeker ook gelet op het feit dat appellante in deze wordt vertegenwoordigd door een professionele gemachtigde is de Raad van oordeel dat het te laat indienen van de gronden niet op gedaagde afgewenteld mag worden.
Uit op het vorenoverwogene volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. B.J. van der Net, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2004.
(get.) B.J. van der Net
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls