ECLI:NL:CRVB:2004:AP0562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij WAJONG-uitkering
Appellante kreeg op 1 november 2000 een WAJONG-uitkering toegekend met ingang van 12 mei 1999. Zij maakte op 15 januari 2002 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische en lichamelijke toestand, waaronder narcolepsie-cataplexie en de stress door een echtscheiding en zakelijke tegenslagen, haar verhinderden tijdig bezwaar te maken. Zij overlegde medische verklaringen ter onderbouwing. De Raad beoordeelde of deze omstandigheden een persoonlijk en sociaal onvermogen vormden dat het niet tijdig indienen van bezwaar rechtvaardigde.
De Raad oordeelde dat appellante ondanks haar situatie niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de bezwaartermijn volledig buiten staat was om bezwaar in te dienen. Zij was in staat geweest andere procedures te voeren en werd ondersteund door haar dochter. Daarom bleef de termijnoverschrijding onverklaard en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad wees ook op het maximale karakter van de toegekende WAJONG-uitkering en de onmogelijkheid voor appellante om aanspraak te maken op een WAO-uitkering als zelfstandig onderneemster.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de WAJONG-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.