ECLI:NL:CRVB:2004:AP0572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet nakomen inlichtingenverplichting over woon- en leefsituatie
Appellant had een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) die door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage werd beëindigd per 1 februari 2000. De beëindiging volgde omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting omtrent zijn woon- en leefsituatie, essentieel voor de vaststelling van het recht op bijstand.
Appellant verklaarde vanaf oktober 1998 een kamer te huren van een hoofdhuurder, maar tijdens een huisbezoek op 29 februari 2000 bleek de kamer nauwelijks gemeubileerd en ontbraken persoonlijke spullen, hetgeen de bewooning betwistte. Tevens waren de verklaringen van appellant en de hoofdhuurder onderling niet consistent en week men af van eerdere verklaringen.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen de beëindiging van de uitkering ongegrond verklaard en deze uitspraak werd in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende opheldering had verschaft en daarmee niet voldeed aan artikel 65, eerste lid, van de Abw. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de beëindiging terecht.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is terecht beëindigd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting over de woon- en leefsituatie.