ECLI:NL:CRVB:2004:AP0590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verblijfskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft bijzondere bijstand gevraagd voor kosten van verblijf gedurende de periode van 17 augustus 2000 tot 20 oktober 2000, omdat zij en haar zoontje in die tijd geen woonruimte hadden en moesten verblijven op campings, in hotels en bij vrienden en familie.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage heeft dit verzoek afgewezen met het oordeel dat appellante met haar bijstandsuitkering volgens de norm voor een alleenstaande ouder in staat wordt geacht in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, zodat er geen noodzaak was voor bijzondere bijstand op grond van artikel 39 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank 's-Gravenhage heeft dit standpunt onderschreven en het beroep van appellante ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak bevestigd, omdat de door appellante gemaakte kosten niet kunnen worden aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in artikel 39 Abw Pro.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verblijfskosten wordt bevestigd omdat de kosten niet als noodzakelijke bijzondere kosten worden aangemerkt.