ECLI:NL:CRVB:2004:AP0600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening recht op bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 7 december 1993 een uitkering die vanaf 1 februari 1997 werd omgezet in bijstand. Uit gegevens van de belastingdienst en het uitzendbureau Bulaca bleek dat appellant tussen 12 oktober 1998 en 31 december 1999 werkzaamheden verrichtte en daarvoor loon ontving, zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.
Appellant ontkende de werkzaamheden en stelde dat zijn sofinummer mogelijk misbruikt was, ondersteund door een verklaring van de directeur van het uitzendbureau. De Raad achtte deze verklaring onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor werd ten onrechte bijstand verleend ter hoogte van f 7.387,10.
De Raad oordeelde dat de herziening van het recht op bijstand terecht was en dat terugvordering van de te veel ontvangen bijstand gerechtvaardigd was. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening of terugvordering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De herziening van het recht op bijstand en de terugvordering van te veel ontvangen bijstand worden bevestigd.