ECLI:NL:CRVB:2004:AP0601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging tijdelijk ambtelijk dienstverband na onvoldoende functioneren tijdens opleiding
Appellant was in tijdelijke dienst bij de gemeente Rotterdam als leerling fiscaal controleur van 17 april 2000 tot 17 oktober 2000, met uitzicht op een vaste aanstelling bij succesvolle afronding van de opleiding. Tijdens het opleidingstraject werd appellant beoordeeld op zijn functioneren, waarbij op 28 augustus 2000 een beoordeling werd opgemaakt waarin zijn functioneren op alle relevante aspecten als onvoldoende werd beoordeeld, met name zijn houding en gedrag jegens publiek en collega's.
Op 30 augustus 2000 is besloten het tijdelijk dienstverband van appellant te beëindigen, een besluit dat op 11 oktober 2000 werd gewijzigd maar in stand bleef. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd betoogd dat ook de beoordeling van 28 augustus 2000 ter toetsing stond, maar de Raad oordeelde dat het bezwaarschrift uitsluitend gericht was tegen het besluit tot beëindiging van het dienstverband en niet tegen de beoordeling zelf, die als vaststaand gegeven werd beschouwd.
De Raad hanteerde een terughoudende toetsing en oordeelde dat het College redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat appellant niet voldeed aan de eisen en verwachtingen. Appellant was tijdens het opleidingstraject meerdere malen gewezen op zijn onvoldoende functioneren, maar had dit niet verbeterd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het tijdelijk ambtelijk dienstverband van appellant eindigt rechtsgeldig op 17 oktober 2000 wegens onvoldoende functioneren tijdens het opleidingstraject.