ECLI:NL:CRVB:2004:AP0941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring schorsings- en terugvorderingsbesluiten WAO
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende schorsing, terugvordering en invordering van WAO-uitkeringen. Het bezwaar werd door UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de gronden van zijn bezwaar niet binnen de gestelde termijn had ingediend.
De Raad oordeelt dat appellant niet op de voorgeschreven wijze in de gelegenheid is gesteld om het verzuim te herstellen, omdat de brief waarin een termijn werd gesteld niet aangetekend was verzonden en appellant de ontvangst daarvan ontkende. Hierdoor is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt daarom vernietigd en UWV wordt opgedragen een inhoudelijke beslissing op het bezwaar te nemen. De Raad bevestigt wel de niet-ontvankelijkverklaring van een ander bezwaar dat op een later tijdstip was ingediend. Tevens wordt UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en UWV dient een nieuwe beslissing te nemen.