ECLI:NL:CRVB:2004:AP0944
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in WAO-zaak
In deze zaak heeft verzoekster hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin haar bezwaarschrift tegen een besluit van het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard. Gelijktijdig verzocht zij om toepassing van artikel 8:81 Awb Pro voor een voorlopige voorziening om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak via een 'kortsluiting' te versnellen. Het spoedeisend belang moet duidelijk zijn en dat ontbrak in deze zaak. Hoewel verzoekster stelde dat haar fysieke toestand kan veranderen en zij daarom spoedig een inhoudelijk oordeel wenst, werden geen concrete, op haar gezondheid toegesneden omstandigheden aangevoerd.
De voorzieningenrechter achtte deze enkele omstandigheid onvoldoende om een voorlopige voorziening toe te kennen. Tevens werd vermeld dat de bodemprocedure naar verwachting in het derde kwartaal van 2004 zal plaatsvinden. Het verzoek werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.